Wat bedoelen we eigenlijk met bodemkwaliteit? Er wordt veel geroepen over de bodem, waarbij de meningen sterk variëren. Gaat het nu goed of slecht met de bodemkwaliteit in Nederland? Gerard Ros, mede-initiatiefnemer van de Open bodemindex en het brein achter de OBI, legt uit waarom een eenduidige, integrale blik op de bodem nodig is en hoe de OBI daaraan bijdraagt.
De bodem staat volop in de belangstelling, en terecht. We vragen steeds meer van onze bodem: voedsel produceren, water opvangen, voedingsstoffen benutten, koolstof vastleggen en biodiversiteit bieden. Tegelijk groeit het aantal adviezen, analyses, indicatoren en methoden om iets te zeggen over de kwaliteit van de bodem en het beheer ervan. En daar zit een probleem: we praten veel over bodemkwaliteit en duurzaam bodembeheer, maar bedoelen daar niet altijd hetzelfde mee.
Eén duidelijke, integrale blik
Ik ben mede-initiatiefnemer van de Open bodemindex (OBI), een open source methode om bodemkwaliteit meetbaar te maken. Sinds 2019 zet ik me samen met onderzoekers, de partners van de Stichting Open bodemindex, adviseurs, boeren en andere partijen uit de agrarische sector in voor een eenduidige, integrale kijk op bodemkwaliteit, met een positieve insteek: hoe waarderen we goed bodembeheer?
Een integrale blik is daarbij essentieel. Als je één bodemeigenschap of één meetmethode uitroept tot dé maatstaf, doe je de bodem tekort. Een bodem is een samenhangend systeem, waarin chemische, fysische en biologische processen elkaar voortdurend beïnvloeden. Daarnaast draagt de bodem bij aan meerdere doelen zoals gewasproductie, waterkwaliteit, klimaat en biodiversiteit, en niet alles kan overal.
Wat OBI doet
De OBI is vanuit die gedachte ontwikkeld. Niet om de complexiteit van de bodem te ontkennen, maar om die juist inzichtelijk, meetbaar en stuurbaar te maken. De OBI brengt verschillende bodemfuncties zowel afzonderlijk in beeld als gecombineerd tot één beoordeling, met een duidelijk handelingsperspectief. Elke bodem krijgt een rapportcijfer, zowel per functie als in totaal. Zo zie je in één oogopslag welke functie meer aandacht behoeft, bijvoorbeeld voor gewasgroei, waterberging of koolstofopslag. Daardoor ontstaat een gemeenschappelijke taal, waarin boeren, adviseurs, onderzoekers, bedrijfsleven en overheid samen over dezelfde bodemkwaliteit kunnen praten.
Waarom dit nu urgent is
Die gezamenlijke taal is hard nodig. Zonder standaardisatie zijn metingen moeilijk te vergelijken, beoordelen partijen dezelfde bodem verschillend en is het lastig om aan te tonen wat bodembeheer oplevert. Met een gedeeld begrippenkader ontstaat juist ruimte voor onderbouwde keuzes, gerichte maatregelen en het belonen van echte verbetering. Het maakt het bovendien mogelijk om op verschillende (maatschappelijke) doelen in samenhang te sturen.
Een gezonde bodem begint dus niet alleen met beter meten, maar ook met elkaar begrijpen. Een eenduidige bodemtaal is geen doel op zich, maar de basis om kennis om te zetten in actie en bodembeheer echt toekomstbestendig te maken.

