Om tot een OBI-score te komen, gaan er heel wat stappen aan vooraf. De score begint natuurlijk met de bodem: het bodemmonster. Zonder monstername kan er geen accurate OBI-score worden afgegeven. In 8 stappen komt het van een bodemmonster tot een OBI-score. Hieronder vind je de stappen op een rij.
1. Bodemonderzoek aanvragen
Vraag een bodemonderzoek aan bij een lab, zoals bij onze partner Eurofins. Zij nemen al al bijna 100 jaar bodemmonsters af en doet bodemanalyses. Voor het OBI-rekenhart voldoen niet alle soorten monsters. Eurofins raadt aan om het pakket Bemestingswijzer Compleet of de Bodemgezondheids Indicator af te nemen. Andere laboratoria hebben hun eigen pakket dat voldoet aan de eisen. De OBI is niet gebonden aan één laboratorium: elk lab mag meten, zolang de juiste methode en nauwkeurigheid wordt gehanteerd. Kies een pakket dat aan de OBI-eisen voldoet.
Aan welke eisen moet het bodemmonster voldoen?
De OBI berekent bodemfuncties op basis van drie soorten gegevens:
- meetbare bodemkenmerken (labuitslagen van bodemmonsters)
- locatiekenmerken (bodemtype, grondwatertrap, drainage)
- beheersmaatregelen (bouwplan, bekalking, bodembewerking)
Het bodemmonster levert het eerste deel: de chemische, fysische en biologische bodemkenmerken. Het lab analyseert daarvoor:
- Textuur en basiskenmerken
- Organische stof
- Nutriënten (totaal en beschikbaar)
- Biologische activiteit
2. Monstername inplannen
In Nederland worden nagenoeg alle bodemmonsters door geaccrediteerde monsternemers genomen. Afhankelijk van het type analyse weten zij precies hoe ze een monster moeten nemen. Eurofins biedt landelijke dekking, dus er is altijd iemand in de buurt. Via de monsternemer-zoeker van Eurofins Agro vind je de contactgegevens van een monsternemer bij jou in de buurt. Bel of app de monsternemer, dan zorgt die dat er op korte termijn iemand langs komt. Je kunt ook zelf een bodemmonster nemen en opsturen naar het laboratorium. Het monster moet dan wel aan de voorwaarden voldoen.
3. Laat een monster nemen op de juiste diepte
Voor grasland kan dat van 0 tot 10 cm diepte. Voor bouwland geldt een diepte van 0 tot 25 cm.
4. Registratie en koppeling
Het laboratorium koppelt het monster aan het bedrijf en, desgewenst, aan de GPS-locatie van het perceel.
5. Analyse in het laboratorium
Binnen 10 werkdagen krijg je de uitslag van je bodemmonster in de vorm van een verslag.
6. Verwerking in het OBI-rekenhart
Labuitslagen worden op wetenschappelijke wijze gecombineerd met omgevingsfactoren, met bodemkenmerken en met bodemfuncties. Dat leidt tot een OBI-score. Het OBI-rekenhart gebruikt de gegevens van de bodemanalyse en combineert die met andere zaken, zoals grondwaterstanden. Zo wordt het laboratoriumverslag gekoppeld aan omgevingsfactoren en kan er een OBI-score worden berekend.
7. Resultaten naar agrariër en JoinData*
De agrariër ontvangt de uitslag van het bodemmonsteronderzoek. Als de boer toestemming heeft gegeven om data te delen met het OBI-rekenhart ontvangt deze automatisch de OBI-score. Op het analyseverslag staan veel kengetallen, inclusief een duiding: is deze waarde hoog of laag? Dankzij deze waardering wordt duidelijk welk bodemkengetal de beperkende factor is voor optimale productie op gezonde bodems. De meeste agrariërs gebruiken de uitslagen van het bodemonderzoek om samen met hun teeltadviseur tot een plan van aanpak voor het komende seizoen te komen.
* Om bodemmonsteruitslagen in het OBI-rekenhart te laden, regel je via JoinData een machtiging voor Stichting OBI. Daarmee geef je het laboratorium toestemming om je gegevens met OBI te delen. Na afgifte van de machtiging wordt de data automatisch ontsloten en ingelezen in OBI. Door de noodzakelijke controles in het systeem kan dit enige tijd duren. Je vindt de stappen om je bodemmonsteruitslagen te delen met OBI in de OBI-handleiding.
8. Vertaling naar inzicht en advies
De agrariër en teeltadviseur gaan het gesprek aan en stellen samen een plan van aanpak op. B
Bekijk hieronder het proces van bodemmonster tot OBI-score

